Blog

Geplaatst in Caro heeft een streepje voor

Hotdog

Sinds een paar dagen is het volop zomer. Reken maar dat ik daarvan geniet! Zelfs zo veel, dat ik regelmatig met mijn tong uit mijn bek amechtig loop te puffen.
Er is namelijk één ding met die zomerse temperaturen, en dat is dat ik niet goed tegen warmte kan en toch de hitte opzoek.
‘Ga dan ook in de schaduw liggen,’ zegt mijn vrouwtje. ‘Je vacht kookt helemaal. Je lijkt wel een hotdog.’

Mij interesseert dat niks. Ik vind het heerlijk om als een echte jetsetdame te bakken in de zon. In de winter zoek ik de eerste de beste zonnestralen achter het glas of in de woonkamer op. Daar kan ik intens van genieten. Al verschijnt er maar een klein vierkantje zon op de grond, dan nog sprint ik ernaartoe en blijf ik net zo lang liggen tot mijn vacht verhit is.
Buiten doe ik precies hetzelfde. Als ik al niet zo bruin was, zou ik vast verkleuren.

Omdat ik nogal eigenwijs ben en niet uit mezelf in de schaduw ga liggen, hebben mijn baasjes iets nieuws bedacht. Ze krijgen mij voor de nodige verkoeling met geen mogelijkheid in een zwembad, dus zijn ze opnieuw naar de winkel gegaan. Voor een parasol. Een mooie blauwe, helemaal in de sfeer van zon, strand en zee.
Nu kan ik in de schaduw liggen, op mijn eigen plek. Handdoekje erbij, bakje water, hier en daar een brokje. Wat wil een deftige hond nog meer.

Heel af en toe, als mijn baasjes niet kijken, schuif ik langzaam een stukje naar voren. Recht in de zon. Want ja, ik blijf nu eenmaal een hond die van warmte houdt. Zelfs bij hoge temperaturen.

Geplaatst in Boekenblog

Interview: Nieuw boek van Marian Werkman


Ze won de eerste prijs in de verhalenwedstrijd van het Dordrechts Winterboek, stond op verschillende shortlists en won een aanmoedigingsprijs. Ook is ze auteur van verschillende boeken, zowel fictie als non-fictie. Veelzijdigheid in het schrijven is de Papendrechtse Marian Werkman dus niet vreemd, hoewel ze heeft ontdekt dat niet iedereen dat begrijpt. “Ik word soms aangesproken door mensen die verbaasd aan me vragen: ‘Ben je bezig aan een detectiveverhaal, maar jij bent toch de schrijfster van die hondenboeken? Een lezer associeert je vaak met één genre, terwijl een schrijver van veel meer markten thuis kan zijn.”

PAPENDRECHT – Op zolder bewaart Marian Werkman de grote illustraties die ze maakte bij de verhalen die ze schreef. Het illustreren kwam later, de liefde voor het schrijven had ze al vanaf het moment dat ze een pen kon vasthouden. “Ik schijn al vanaf mijn vierde jaar gezegd te hebben dat ik schrijfster ging worden. Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar wel via een omweg. Toen ik zeventien was ben ik na het vwo naar de pabo gegaan. Achteraf gezien was misschien de school voor journalistiek beter geweest, maar het liep anders. Toch heeft de pabo ook goeds gebracht. Ik schreef namelijk voor de schoolkrant en heb daar mijn latere echtgenoot Marco Knauff ontmoet. Samen recenseerden we kunst voor de schoolkrant. Na een baan in het onderwijs ben ik fulltime gaan schrijven, evenals Marco, die daarnaast ook nog een tekstbureau heeft.”

Marian verzon in haar kinderjaren Tippie en Fikkie, twee hondenvriendjes die avonturen beleefden. De twee karaktertjes keerden in 2005 terug in Tippie en Fikkie in dromenland, een prentenboek dat Marian zelf illustreerde.
Haar liefde voor (asiel)honden beschreef ze in de boeken Meneer Maus, Meer Maus en Help, ik heb een asielhond. Alle titels werden door lezers, recensenten en deskundigen positief ontvangen. Haar boek Hond te koop speelt zich af tegen de achtergrond van illegale hondenhandel. Het is een fictief verhaal waar Werkman haar personage Mirjam Zomer introduceert, een privédetective.
“Ik vond het heerlijk om dit boek te schrijven. Het maakt het schrijven gemakkelijker als het een onderwerp is dat dicht bij me staat, maar het feit dat ik er ook mijn fantasie op kon loslaten maakte het schrijfproces nog fijner.”
Echtgenoot Marco Knauff is van mening dat Marian van het personage Mirjam Zomer een karakter heeft gemaakt dat prima kan dienen voor een boekenreeks. “Marco, die ook misdaadverhalen schrijft, en ik kijken elkaars werk na. De opbouwende kritiek gaat altijd zonder ruzie. Soms kan Marco een stuk tekst van mij vanuit een ander gezichtspunt bekijken, wat heel verfrissend is. Het is fijn om zo dicht bij huis, zelfs ín huis, feedback te krijgen van iemand die ook kennis van zaken heeft.”

Haar boek De vergeten jaren ligt Marian het meest na aan het hart. “Het is een roman over een vrouw die een zoektocht begint naar het leven van haar dementerende vader. Ik heb het van dichtbij meegemaakt, maar niet alleen daarom hou ik van dit boek. Ik ben vooral tevreden over hoe het uiteindelijk is geworden. Als schrijver ben je met je ene boek anders verbonden dan met je andere. De vergeten jaren verscheen in 2011. Daarin besprak ik toen al thema’s die nu actueel zijn rondom dementie, verpleeghuizen en verpleeghuiszorg. Allemaal onderwerpen die bijvoorbeeld Hugo Borst in zijn boek Ma vier jaar later ook te berde brengt.”

Zwijgen is goud is het tweede deel in de Mirjam Zomer detectivereeks, een echte whodunnit zoals in Engelse detectives, het genre waar Werkman van houdt. Zwijgen is goud verschijnt eind februari en is in alle boekhandels te koop of te bestellen. Meer over Marian Werkman en haar werk staat op http://www.marianmaus.wordpress.com

© Caty Groen – Kroon

Geplaatst in Boekenblog

Winnaar Dordrechts Winterboek


Marian Werkman uit Papendrecht heeft vorige week de schrijfwedstrijd bij boekhandel Vos & Van der Leer te Dordrecht gewonnen.

De wedstrijd werd gehouden in het kader van de officiële boekpresentatie van het Dordrechts Winterboek. Dit leuke boek is een initiatief van schrijfster Caty Groen en staat vol verhalen, gedichten, puzzels, spelletjes, foto’s, recepten en mooie illustraties in het teken van Dordrecht in de winter.

Aan het boek was een schrijfwedstrijd verbonden. Auteurs werden uitgedaagd om tijdens de warme zomer een winterverhaal te schrijven dat zich afspeelt in Dordrecht. Velen gebruikten hun fantasie en inspiratie voor een mooie, spannende of ontroerende vertelling. De 30 beste verhalen en gedichten kregen een plaats in het Dordrechts Winterboek.

De schrijfwedstrijd is gewonnen door Marian Werkman uit Papendrecht. Haar verhaal over een bijzondere ontmoeting in het Dordrechts Museum wist de jury onder leiding van AD-journalist Kees Thies te raken.

‘Schilder je droom’ is een sfeervolle wintervertelling over afscheid nemen en opnieuw beginnen, met een kunstzinnig tintje. Een eervolle vermelding ging naar Nelleke Wander voor haar gedicht Winterse Wolwevershaven. De opkomst van belangstellenden was groot en het niveau van de verhalen hoog, aldus een enthousiaste jury.

Het Dordrechts Winterboek is volledig in kleur uitgegeven en bij Vos & Van der Leer verkrijgbaar in een speciale verpakking. Dit boek-in-blik met prachtige pentekeningen van Jan Hensema is leuk om cadeau te geven of zelf urenlang mee bezig te zijn tijdens koude winterdagen. Meer informatie via de website van de boekhandel en http://www.dordrechtswinterboek.jimdo.nl.

Op de foto staan van links naar rechts Jan Hensema, Nelleke Wander, Caty Groen, Marian Werkman, Kees Thies

Bron: De Klaroen, 14 november 2016

Geplaatst in Caro heeft een streepje voor

Tring!

Hoor ik daar de bel?

Elke hond die uit het asiel komt, heeft natuurlijk al het een en ander meegemaakt. Jammer genoeg weten zijn nieuwe baasjes meestal niet hoe het precies zat in het verleden van hun nieuwe viervoeter. Zo ook bij mij. Ik kan niet tegen harde geluiden, en zelfs als mijn vrouwtje zachtjes ‘nee’ zegt tegen iemand, schrik ik zo dat ik helemaal in elkaar duik.

‘Dat woord hebben ze duidelijk vaak tegen haar gebruikt,’ zegt ze. In gesprekken op straat probeert ze ‘nee’ daarom zo veel mogelijk te vermijden. Ze wil niet dat ik bang ben, maar juist moedig word. Toen laatst een ander vrouwtje haar hond met een keihard ‘nee’ terechtwees, raakte ik in paniek. Marian moest alle zeilen bijzetten om me duidelijk te maken dat die nee niet voor mij bestemd was. Sinds die tijd loop ik het liefst een straatje om wanneer ik dat mopperende vrouwtje met haar hond tegenkom.

Zo’n asielverleden heeft ook grappige kanten. Ik reageer bijvoorbeeld op de deurbel. Geen punt, zou je zeggen. Een hond mag best even van zich laten horen als er aangebeld wordt. Maar ik blaf bij de verkeerde bel!
Telkens als het televisieprogramma Met het mes op tafel wordt uitgezonden ga ik flink tekeer zodra ik ‘tring’ hoor. Logisch, mijn vroegere deurbel klonk net zo. Bij een spannende detective hoorde ik precies hetzelfde geluid toen de politie op de stoep stond om de dader van een moord te ontmaskeren. Tring! en mijn baasjes wisten niet meer hoe het verhaal verderging.

‘Woef, woef, woef!’ riep ik door de kamer. ‘Ik weet dat jullie voor de deur staan.’
Marian schudde haar hoofd. ‘Caro, stop er nou eens mee. Dat is niet hier. Dat is op televisie.’
Conditionering noemen ze dat met een deftig woord. Ik doe het alleen bij de zuivere tring. Niet bij een lage bel of een melodietje, en zeker niet bij een gong.

Laten de M&M’s nou net een deurbel hebben met een vrolijk Big Ben-deuntje. De eerste dagen zat ik geïnteresseerd te kijken als er werd aangebeld. Ik gaf geen kik. ’s Avonds bij dat quizprogramma was het daarentegen wel weer raak. Ik loeide als een sirene.
Toch leerde ik langzamerhand mijn nieuwe deurbel te herkennen. Telkens als het Big Ben-riedeltje klonk, stonden mijn baasjes op en stapten er mensen de gang binnen. Ik telde één en één bij elkaar op en ja hoor: bij de Big Ben liet ik ook van me horen. ‘Waf!’

Het viel me alleen de laatste tijd op dat de bel niet meer ging. In plaats daarvan bonkten de mensen op de ramen. Ik schrok me telkens wezenloos. ‘Bonk bonk bonk’, ook buiten Sinterklaastijd.
‘Doet de bel het niet meer?’ vroeg de visite.
‘Verrek, nu u het zegt,’ zei mijn vrouwtje.
Ze kocht nieuwe batterijen en plaatste ze in het doosje van de bel. Hij deed het welgeteld twee dagen, daarna begon het gebonk opnieuw. ‘Uw bel doet het niet,’ zei de postbode. ‘Ik dacht, laat ik maar even op de deur trommelen.’

Dat kon zo niet langer. Niet alleen ik schrok me wezenloos, ook de M&M’s vlogen overeind als het weer eens zover was.
Marian besloot een nieuwe bel te kopen. ‘Wat zijn die dingen duur!’ zei ze, terwijl ze het zwarte elektronische kastje uittestte.
Ik hoorde allerlei leuke melodietjes. ‘Pling plong, tingelingeling, trrrrr, tiedeliedelie,’ er was genoeg keus met die moderne deurbel.

‘Caro reageert helemaal niet,’ merkte Marco op. Nee, waarom zou ik. Die liedjes waren grappig, ik hield mijn kop helemaal scheef om te luisteren. Maar luidkeels blaffen deed ik pas ’s avonds weer, bij Met het mes op tafel.

Mijn vrouwtje zuchtte heel diep. ‘Wanneer leer je nou eens dat wij een andere bel hebben, Caro? Wij hebben geen tring, dat weet je toch!’
Tja, moeten ze het me maar niet zo moeilijk maken. Als ze nou eens één vaste melodie instellen, dan is het voor mij veel duidelijker.

Ze zijn in elk geval hard op weg. Die moderne bel is namelijk al weer verdwenen. Mijn vrouwtje ontdekte dat er niet alleen een batterij in het kastje van de Big Ben moest, maar ook in de drukker op de deur.
‘Ai, hoe kon ik dat over het hoofd zien,’ verontschuldigde ze zich nog. ‘Daarom deed hij het dus niet.’
Ze kocht een nieuwe batterij en ja, hoor: daar klonk de Big Ben weer.

Nu moet ik ze nog even vertellen dat ze voorlopig geen kennisquiz of detectives meer kijken, zodat ik mijn vertrouwde tring vergeet. Anders leer ik het nooit af!

© Pootje van Caro

Geplaatst in Boekenblog

Tippie en Fikkie

3-TF-en-kikker-700

Tijdens de lezing in de Maand van het Spannende Boek vertelde ik hoe ik als klein meisje al graag boeken schreef. Natuurlijk niet met een professionele cover en binnenwerk, maar in schriftjes die we kochten bij de HEMA of de Zeeman. Ook een schrijfster moet uiteraard bescheiden beginnen! Gewapend met een doos viltstiften en de parkerpen die ik op mijn vijfde van mijn vader kreeg (en die ik nog altijd koester), verzon ik op papier allerlei geheimzinnige verhalen.

Meestal gingen die over Tippie en Fikkie, twee hondenvrienden met avontuurlijke inslag. Zij reisden ’s nachts naar kauwgomballenland, hadden een supersonische auto waar James Bond jaloers op zou zijn en waar ze zelfs mee konden vliegen, en voetbalden met vrienden in de gangen van het ziekenhuis. Ze kregen daar overigens patat met kroketten en werden op en top vertroeteld, zodat hun verblijf zelfs leuk te noemen was. Mijn creativiteit werd extra gevoed door mijn fantasierijke vader. ’s Avonds voor het slapengaan, las hij vaak voor uit boeken van Richard Scarry. Allerlei dieren speelden in deze typisch Engelse ‘stories’ een rol. De teksten over Hukkie de kat, een speels varkentje en de familie Konijn werden begeleid door humoristische en kleurrijke afbeeldingen. Favoriet bij mijn broer en mij was Rinus Rups, die tegenwoordig overigens Wim Worm heet. Hij wrong zich letterlijk in allerlei bochten en kwam in komische situaties terecht. Vaak bedacht mijn vader zelf dialogen en nieuwe invallen om alles telkens een andere draai te geven.

Nog vaker verzon mijn vader zijn eigen verhalen. Daarin gingen Tippie en Fikkie op jacht naar boeven die diamanten hadden gestolen. Ze haalden de pers en politie erbij, of werden meesterspion en kropen in de kofferbak van de auto van de boeven om stiekem te kijken waar ze naartoe reden. Zonder mobieltjes nog, maar ze hadden wel walkie talkies bij zich om contact te houden. Razend spannend vond ik dat, en omdat mijn vader ook spookverhalen vertelde, was het niet altijd even geschikt voor een goede nachtrust.

Waarschijnlijk is daar al de kiem gelegd voor mijn voorkeur voor mysterieuze en enge verhalen, die ik graag voorzag van illustraties in mijn HEMA-manuscripten. Daarnaast belandden in mijn schriftjes ook alledaagse belevenissen, waarin Tippie en Fikkie naar school gingen, ijs aten op een warme zomerdag en kampioen werden met turnen, een sport die bij mijzelf nooit verder ging dan een onhandige duik – inclusief verstuiking – over de bok en de kast. Natuurlijk werd mijn werk al geredigeerd door mijn ouders, die mij vakkundig uitlegden dat een pagina lang tik-tak-tik-tak-tik-tak om aan te geven dat er een wekker tikte, iets te veel van het goede was. Tippie en Fikkie raakten verweven met mijn leven, gedurende mijn jonge jeugd maakten ze mee wat ik zelf meemaakte, of ze deden juist dingen die ik nooit zou kunnen, zoals de halve wereld over reizen.

2-TF-en-Vis-700

 

Later bracht ik mijn eerste officiële Tippie en Fikkie prentenboek uit. Het boek kreeg nauwelijks een kans, omdat ik het had uitgebracht bij een internetuitgever die er niet meer van wist te maken dan een duur folderboekje van liggend A5-formaat. In werkelijkheid zijn de schilderijen die ik maakte behoorlijk groot. Voor een nieuw prentenboek liggen er zelfs nog zo’n twintig nieuwe schilderijen klaar, maar ik besloot me toch alleen nog toe te leggen op schrijven. Heel af en toe kriebelt het wel, en denk ik erover om weer eens aan de slag te gaan met mijn jeugdvrienden. Ze zijn altijd bij me gebleven en hebben de grondslag gelegd voor het latere schrijfwerk. Van kleine pentekeningen tot echte acrylverfschilderijen met vrolijke teksten… het blijft bijzonder om te zien hoe de twee vindingrijke vrienden zijn geëvolueerd tot persoonlijke helden die bij mij het schrijven in gang hebben gezet!

Geplaatst in Boekenblog

Verhaal in het Dordrechts Winterboek

dordts-winterboek-blikDat is nog eens leuk nieuws op deze zonnige zomerdag. Ik heb met mijn verhaal ‘Schilder je droom’ meegedaan aan de verhalenwedstrijd voor het Dordrechts Winterboek. Vandaag ontving ik het volgende bericht: “Met plezier kan ik u melden dat uw bijdrage wordt opgenomen in het Dordrechts Winterboek! De jury heeft een grote taak gehad aan de beoordeling van de vele inzendingen, maar het is leuk nieuws dat uw inzending heeft bijgedragen aan een leuk en nieuw project waarin de stad Dordrecht een grote rol speelt.”
Ik ben reuze benieuwd naar dit boek in blik. Het was een bijzondere uitdaging om midden in de zomer een winters verhaal te schrijven.

Meer informatie:

Begin november verschijnt het Dordrechts Winterboek.
Dit leuke kijk-en leesboek wordt geleverd als ‘boek-in-blik’ met prachtige winterse tekeningen van Jan Hensema erop.
Het boek-in-blik zit in een papieren draagtasje met daarop een stempelafdruk van een Hensema-afbeelding.
In het tasje zit ook nog een envelop met 5 ansichtkaarten van Dordtse wintergezichten, eveneens getekend door Jan Hensema.
Lees op deze site meer over hét geschenk voor de komende feestdagen. Wie weet staat uw verhaal wel in het Dordrechts Winterboek!

Bron: http://dordrechtswinterboek.jimdo.com/

Geplaatst in Caro heeft een streepje voor

Zwembal

Vandaag moet ik toch even wat kwijt. Toen ik voor het eerst in huize M&M’s kwam, zag ik allemaal nieuwe dingen. In hun huis, maar ook daarbuiten. ‘Kijk Caro,’ zei mijn vrouwtje terwijl ze de tweede deur van de woonkamer opende. ‘Dit is onze tuin.’
Ik staarde haar nieuwsgierig aan, maar begreep niet echt wat ze bedoelde. Mijn baasje nam me mee naar buiten. Eerst aangelijnd, maar al snel bleek dat ik behoorlijk timide was en geen gekke fratsen uithaalde, dus de lijn ging los en ik kon aan mijn verkenningstocht beginnen.

Nadat ik alles had begroet en rustig had rondgesnuffeld, voelde ik me zo blij. Was dit ook allemaal van mij? Ineens was ik niet zo timide meer, ik dartelde als een jonge hinde rond en gromde en bromde en duikelde en zwiepte met mijn staart.
De tuin. Daar waar mijn baasje zich iedere dag over zijn planten en bloemen buigt om te zien hoe ze groeien en bloeien. Nou, ik groei en bloei er ook van.
Ik kreeg mijn eigen handdoek en zat de hele tijd te grijnzen naar dat kleine stukje bos in Papecity. Geen beter leven dan een goed hondenleven, dacht ik.
En toen werd het warm. Zo warm dat ik regelmatig liep te hijgen.

‘Zou Caro van zwemmen houden?’ vroeg mijn vrouwtje zich af nadat ik tijdens een wandeling vervaarlijk dicht bij de slootrand kwam.
‘Maus en Dora vonden het niks. Misschien is het bij haar anders,’ opperde mijn baasje.
Gisteren deden ze me een voorstel. ‘Zullen we een privézwembad voor je kopen, Caro?’ zeiden ze in koor.
Ik vind alles best, zeker wanneer ik met ze mee kan. En dus togen we naar de lokale speelgoedwinkel. Daar stond mijn zwembad al klaar, in de vorm van een grote dubbele blauwe schelp. Eén helft voor water, en één voor zand. Of voor iets anders, alles was mogelijk.

‘Durft jullie hond er wel in?’ vroeg het winkelmeisje. ‘Het zou anders zo jammer zijn van het geld. We kunnen het wel even proberen.’
Natuurlijk durfde ik erin. Op verzoek van mijn vrouwtje sprong ik in zonder aarzelen in het oesterbad. Daar bleef ik prinsheerlijk zitten. ‘Oké, hij is goedgekeurd,’ lachte het winkelmeisje.
Op de terugweg stuiterde en sprong ik vrolijk naast mijn baasjes mee. Marco hield de schelp stevig vast en ik hield hem op mijn beurt in de gaten. Mijn spullen moesten natuurlijk wel heelhuids aankomen.

Eenmaal thuisgekomen gebeurde er iets heel raars. Mijn baasjes zetten de schelp in de tuin en pakten de gieter. Ze goten er een hele berg schoon water in. Dat was niet de afspraak. Verbouwereerd bleef ik staan. Ik wilde best in die blauwe schelp, maar dan wel zonder water.
Van alles probeerden de M&M’s: iets lekkers op de badrand, mijn favoriete piepbal in het water, aan de lijn steeds dichterbij komen en een aanmoedigende aanspreektoon gebruiken. Ze maakten zelfs hun eigen voetjes nat.

Je had mijn ogen moeten zien. Waren die twee soms helemaal gek geworden? Die ene slok water wilde ik nog wel nemen uit die reusachtige drinkbak, maar daarna maakte ik dat ik wegkwam.
Mijn vrouwtje zette me drie tellen met mijn pootjes in het water. Dat vond ik tien keer niks. Ik nam een enorme sprong uit het bad en wurmde me onder haar benen door. Best knap van mij, aangezien ze op haar hurken zat. Mijn kletsnatte vrouwtje giechelde geschrokken, terwijl ik nog seinde dat ze nu zelf voelde hoe het was om nat te worden.

Vandaag durfde ik bijna de tuin niet in. ‘Laat maar, Caro, je hoeft niet in het bad als je niet wilt,’ stelde mijn vrouwtje me gerust. ‘We laten je schelp staan en dan wen je er hopelijk vanzelf aan.’

Ja ja, het zal wel. Nu staat voor de derde keer in huize M&M’s een mooie waterschelp werkeloos in de tuin. Tja, wat wil je? Ik heb terriërbloed in mijn aderen. Snuffelen en speuren als een echte Sherlock Holmes is mijn lust en mijn leven, dat doe ik de hele dag door. En spelen met de bal, daar kan ik nooit genoeg van krijgen.
Gelukkig heb ik mijn baasjes goed getraind. Het liefst speel ik samen, en ik ben er heel fanatiek in. Dan duw ik de bal met mijn dropneus of poot richting mijn vrouwtje en flapper ik met mijn oren, als om te zeggen: ‘Tikkie terug, vrouwtje. Kom op!’

© Poot van Caro

Geplaatst in Boekenblog

Mysterieuze verdwijning boven water

ACcolumn1

Toen uitgeverij Luitingh-Sijthoff een schrijfwedstrijd organiseerde, besloot ik me aan deze uitdaging te wagen. De opdracht was niet makkelijk, maar wel helemaal in mijn straatje: het verhaal moest gaan over de verdwijning van Agatha Christie. Na een turbulente periode verdween zij in 1926 elf dagen lang. Nog altijd is niet duidelijk wat er in die tijd met haar is gebeurd. Voer voor echte speurders dus!

Er waren nogal wat voorwaarden aan de wedstrijd verbonden. Zo moest het verhaal zich in die periode afspelen, moesten de feiten over haar leven natuurlijk kloppen en moest het een whodunnit zijn (whodunit in het Nederlands), een spannend verhaal waarin een moordzaak werd opgelost. Het aantal woorden moest liggen tussen de 8.000 en 10.000. Talloze opties vlogen door mijn gedachten. Uiteindelijk koos ik voor het plan om mijn verhaal zo Engels mogelijk te houden. Dat betekende dat er aan het begin een moord werd gepleegd en de lezer mee kon zoeken naar de moordenaar. Ook spelen typisch Engelse elementen een rol. De gebeurtenissen, de personages, de setting, de Roaring Twenties, de gebruiken, de ironie… zelfs de titel High Tea was niet zomaar gekozen. Daarbij veranderde ik enkele feiten een beetje, bedoeld als humor voor insiders.

Uiteraard vertelde ik terloops wat meer over het leven van Agatha Christie. Zij heeft buitengewoon boeiende dingen meegemaakt, maar ook diverse ups en downs gekend. De geboorte van haar dochter, de scheiding van haar man, haar ontwikkeling als detectiveschrijfster, de dood van haar moeder en de ontmoeting met haar nieuwe man zorgden voor een bewogen levensgeschiedenis. In deze tijd zou men haar geëmancipeerd hebben genoemd, aangezien ze een bekende schrijfster was en ook nog eens van wereldreizen hield. Heel opvallend voor een vrouw in de eerste helft van de twintigste eeuw! Voor de hand had gelegen dat ik haar naar het buitenland liet vluchten omdat ze haar hectische bestaan zat was, maar dit deed ik bewust niet. Toch blijft het interessant om te lezen hoe men in die tijd reisde. Agatha komt zelfs voor in het boek dat Philipp Vandenberg schreef over Howard Carter, de bekende Egyptoloog. De schrijfster ontmoet in een scène de hoofdpersoon. Ook Egypte had immers haar belangstelling!

Het was heel leuk om mee te doen aan de wedstrijd. Nog leuker werd het toen ik hoorde dat mijn verhaal bij de vijf beste inzendingen op de shortlist was beland. Er was al sprake van een uitgeefcontract voor een nieuwe, nog te schrijven detective of thriller. Helaas kon alles niet doorgaan vanwege de onzekere boekenmarkt. De uitgever wilde geen risico’s nemen en bracht zelfs niet de beloofde verhalenbundel uit, omdat ze vermoedden dat er niet genoeg geïnteresseerden zouden zijn. Een andere uitgever nam het stokje over, maar nadat ik hoorde dat zij mijn verhaal absoluut in een bundel wilden plaatsen en ik flink overleg had, hoorde ik plotseling niks meer. Niet leuk om zo onbeleefd behandeld te worden, maar ook niet erg, want nu breng ik mijn detective over de verdwijning van Agatha Christie in 1926 gewoon zelf uit.

Het bijzondere is dat korte tijd na sluiting van de wedstrijd de oplossing van Agatha’s verdwijning boven water kwam: ‘Agatha Christie’s surfing secret revealed’ stond er te lezen in de Guardian van de zomer van 2011. Het klinkt wat gewoontjes, maar voor die tijd was het dat beslist niet. Agatha surfte al enige tijd in onder andere Zuid-Afrika en Hawaï en zij was later één van de pioniers die begonnen met rechtop surfen. Een echte waaghals dus. Vermoedelijk was ze in de periode van haar verdwijning niet bezig met het oplossen van een moord of privéprobleem, maar met een ontspannen partijtje balanceren op de plank. Het zou weer een hele andere invalshoek voor een verhaal kunnen vormen. Maar ik houd toch graag de idylle van de whodunnit in stand. Hoe meer mysterie hoe beter. Alhoewel een surfende detectiveschrijfster natuurlijk ook genoeg geheimen kan hebben; dat bleek maar weer eens!

Geplaatst in Boekenblog

Luisterboek

49. NL leest in de bieb 1

Goed nieuws: er wordt een luisterboek gemaakt van Hond te koop. Dit gebeurt bij het CBB in Ermelo, waar ze boeken in aangepaste leesvormen beschikbaar stellen voor mensen met een leesbeperking, dus voor blinden en slechtzienden. In opdracht van het Sector Instituut Openbare Bibliotheken (SIOB) produceert de CBB voor het centrale loket Aangepast Lezen boeken in gesproken vorm en tijdschriften in braille en in grootletter. De uitlening van boeken gaat via Aangepast Lezen in Den Haag.

Op dit moment wordt mijn boek ingelezen. Dit voorlezen van boeken gebeurt door vrijwilligers die een geschikte stem hebben, met de juiste intonatie en een duidelijke manier van spreken. De website meldt hierover: ‘Het bestaan van duizenden boeken en vele tijdschriften in gesproken vorm is mogelijk dankzij de inzet van deskundige vrijwilligers. In zes opnamestudio’s in Ermelo (3), Sneek (1) en Zeist (2) zijn ongeveer 200 vrijwilligers onder leiding van opnametechnici werkzaam als inlezer. Daarnaast lezen tientallen vrijwilligers thuis tijdschriften en consumentenwerk in met behulp van digitale opnameapparatuur. De vrijwilligers beschikken over een goede stem en een brede algemene ontwikkeling. Ze houden van boeken en van voorlezen, lezen makkelijk citaten en (geografische) namen in moderne talen voor. Om voor het inlezen in aanmerking te komen, doet een kandidaat eerst een stemtest die op tijdschriften en consumentenwerk is afgestemd. Als hij/zij hiervoor slaagt, ontvangt deze van het CBB een training gericht op het vertolken van artikelen uit tijdschriften en leren wij hoe de apparatuur te bedienen.’ Er komt dus heel wat bij kijken om de boeken voor te lezen.

Het bijzondere is dat mijn plaatselijke collega-auteur Hermien Stok, die zelf ook boeken schrijft, vrijwilliger is bij het CBB. Zij ontdekte mijn boek op de plank. Het was aangeboden door de bibliotheken om als luisterboek om te zetten. Ze vroeg meteen of zij die taak op zich mocht nemen, aangezien ze mij als schrijfster persoonlijk kent. Nu gaat ze elke week op stap om een stuk voor te lezen uit het verhaal van Mirjam Zomer en Binky uit Mausveld. Straks kunnen daardoor ook mensen met een leesbeperking genieten van de eerste detective over detectivebureau MMysterieus. Aangezien ik in mijn directe omgeving te maken heb met (bijna)blinde personen, ben ik benieuwd wat die van mijn boek vinden. Binnenkort kunnen ze zelf naar de spannende verwikkelingen luisteren!

Update: klik hier voor het luisterboek in de catalogus van aangepast lezen.

Geplaatst in Boekenblog

De verjaardag van mijn vader


11 april was de verjaardag van mijn vader. In november 2002 overleed hij op 75-jarige leeftijd. De laatste zes jaar sleet hij in zijn eigen wereldje in een verpleeghuis aan de rivier.
Mijn vader was dement geworden.

In 1981, ik was twaalf, kon hij op een dag niet meer uit bed komen. Een hersenbloeding. Mijn verstandelijk gehandicapte broer Jan en ik moesten hem in bedwang houden.
‘Blijven jullie bij hem,’ zei mijn moeder. ‘Dan kan ik beneden de ambulance bellen.’
Voor mij was het al lastig te begrijpen, Jan snapte er helemaal niks van. Waarom riep papa steeds dat hij uit bed was gegooid? Wat was er gebeurd met de vader die altijd meehielp in de speeltuin, met de zeepkistenrace en met judo- en damwedstrijden? Hoe moest het nu verder als hij ons niet meer kon supporten?
Nadat de ambulance arriveerde, tilden broeders mijn vader op de brancard. Ik zie nog hoe ze hem de trap af droegen. ‘Daar ga ik dan,’ mompelde hij met angstige blik.

Dagen van spanning volgden. Zou hij het redden?
Ja. Het duurde tien weken van dagelijks op en neer rijden naar Utrecht, waar hij in het ziekenhuis lag. Daarna wisten ze meer. Pa zou voor altijd verlamd blijven. We gingen ziekenhuis in en uit en later volgde het revalidatiecentrum. Een raar wereldje. Tussen de tentamens en huiswerkopdrachten door praatte ik op een zonnig terras met vooral oudere mensen die hun levensverhaal kwijt wilden. Het was weer eens iets anders dan uitgaan en feestvieren.

Eenmaal thuis toerde mijn vader in zijn rolstoel door de omgeving. Hij kreeg nieuwe contacten en praatte met de oude mannetjes in het winkelcentrum. Ook dat was even wennen: van bedrijfsleider op de chocoladeafdeling bij Jamin tot de gangmaker van de hangouderen van de stad… de carrièreswitch van mijn vader was opvallend.
Het zorgen voor hem en mijn broer viel niet altijd even makkelijk. Mijn moeder moest geregeld weg en ik zette dan koffie, maakte eten, deed spelletjes met mijn broer en hielp mijn vader naar de wc. Dat laatste vond ik soms wat gênant, maar we maakten er meestal een grapje om. ‘Laat die broekriem maar zitten, daar zien ze toch niks van als ik mijn trui erover doe,’ bedacht mijn vader.
En toen hij met zijn lamme been uitgleed over de tegels omdat hij op sokken rond schuifelde, ving ik hem net op tijd op zodat zijn achterhoofd niet tegen de vloer sloeg.

Moeilijk vond ik het ook me goed op school te concentreren. Aan mijn rapporten viel de eerste jaren niks te merken, maar studeren bleek lastig als je ondertussen moest luisteren of alles wel goed ging beneden.
‘Wat ben je aan het doen pa?’ vroeg ik boven aan de trap wanneer ik hem achterdochtig in de kastjes hoorde snuffelen. ‘Is alles in orde?’
Om het zekere voor het onzekere te nemen, liep ik weg bij mijn boeken en schriften zodat ik hem rustig terug kon begeleiden naar de bank waar hij altijd zat. Daar had hij wel zin in een kopje koffie, of hij luisterde naar zijn favoriete programma “Adres onbekend”.

De laatste twee jaar op school eisten de omstandigheden hun tol. Toch lukte het me te slagen, ondanks het wattenbollengevoel in mijn hoofd. Logisch, want menig nacht ging pa uit zwerven om met veel lawaai in de badkamer terecht te komen. De rusteloosheid sloeg langzaam bij hem toe. Echt gepuberd heb ik niet, ik zette mijn eigen dingen vaak opzij zodat ik zo goed mogelijk mee kon helpen. Op school was er nooit aandacht voor, zelfs niet toen mijn moeder een keer om een gesprek vroeg.
‘Ach, het gaat toch goed zo?’ zei de decaan.

Het moeilijkste vond ik wel dat het leek of iedereen een vader had die zijn zoon of dochter naar schoolfeestjes of sportwedstrijden bracht. Ik werd vindingrijk genoeg om alles zelf te regelen, maar op een keer na een avond in de disco mijmerde ik hoe het zou zijn als mijn vader me op zou halen. Ik snapte niet dat mijn klasgenoten dat zo vreselijk vonden, ik zou niets liever willen!

Humor hield ons op de been. Soms, als hij zich verdrietig voelde, imiteerden we mijn vader tot hij de slappe lach kreeg. Jan en ik hinkelden met zijn stok rond of gaven er een gitaarsolo op weg. Andersom leverde mijn vader graag commentaar op mijn kleding en haardracht – is dat nou punk of sta je onder stroom? – en de rare schoolopdrachten waarbij we op de PABO draadjes wol om verwarmingsbuizen moesten binden.
Hij noemde me altijd Marjanneke, voor hem bleef ik zijn kleine meid, zelfs toen ik na mijn afstuderen ging werken. Zijn motto was: bij twijfel niet doen. Dat heb ik voor altijd in mijn oren geknoopt.

Er viel weinig meer te lachen toen opname in het verpleeghuis noodzakelijk bleek. Papa reageerde nogal eens agressief. Het werd te zwaar voor mijn moeder en zijn gedrag was te onvoorspelbaar. Eenmaal in het verpleeghuis ging het snel slechter met zijn geheugen. Toch duurde het nog zo’n zes jaar voordat het einde zich aankondigde.

In een zonovergoten kamer zat ik op een snikhete dag alleen met mijn vader. Hij ademde zwaar en moeizaam. Onbereikbaar leek hij. Ik voerde hem vla waarvan zo te ruiken de houdbaarheidsdatum duidelijk was verstreken. Maar wat maakte het uit als dat het enige was wat hij nog lustte?
We zwegen alleen nog maar. Alles was gezegd. Zo hebben we een halfuurtje gezeten. Ik hoefde niets meer te vertellen over mijn leven. Dat ik was getrouwd, dat we een hond hadden, dat ik in een andere plaats woonde en helemaal met de boot naar het verpleeghuis was gevaren. Daarbuiten was die andere wereld, de wereld van zon en strand en ijsjes en waterdruppels op je wang, de wereld die mijn vader al lang geleden had verlaten.

Plotseling pakte hij mijn hand. Met alle kracht die hij in zich had trok hij me naar zich toe. Bedachtzaam streek hij over mijn arm. Het was alsof hij me iets duidelijk wilde maken. Ik streelde ten antwoord zacht over de haartjes op zijn arm. Ze waren als babydons. Hij leek zo broos en kwetsbaar in dat grote bed midden in de “sterfkamer”.
We hadden oogcontact en papa zei zomaar uit het niets: ‘Zeg me, heb ik het goed gedaan? Marjanneke, heb ik het goed gedaan?’
Keer op keer herhaalde hij die vraag.
Met tranen in mijn ogen antwoordde ik: ‘Ja, pa, maak je daar geen zorgen over. Op jouw manier heb je het goed gedaan.’

Papa leefde nog een paar maanden op, daarna was het kaarsje echt uit. In mijn herinnering is hij niet de man met die vreselijke ziekte, maar de vader die langs de kant stond om me te aan te moedigen. Ergens hoop ik dat hij dat nog altijd doet bij zijn “Marjanneke”.